Elk bedrijf volgt een andere route naar mobiliteit, en de uiteindelijke implementaties zullen variëren, afhankelijk van de behoeften van de verschillende bedrijfsprocessen en voorschriften die invloed hebben op het beleid voor mobiliteit. Een eenvoudige manier om te bepalen waar een bedrijf staat en waar het naartoe wil, is om te kijken naar devices in termen van wie de eigenaar is en in welke mate deze moeten worden beheerd. Het resultaat is het uit vier kwadranten bestaande diagram dat hier wordt weergegeven. Deze toont de vier verschillende omgevingen waarin men in een bedrijf devices van elke soort kan vinden.
Een reis met meerdere bestemmingen
Links staan de devices die door het bedrijf zijn gekocht en eigendom zijn van het bedrijf, net als het merendeel van de pc's en laptops. Rechts staan alle devices die voor zakelijke doeleinden worden gebruikt, maar die door de eindgebruikers zijn gekocht en hun eigendom zijn. In de onderste helft staan devices die door de IT-afdeling van het bedrijf worden beheerd. Dit houdt meestal in dat er een agent is met een set beleidsregels die gelden voor het gebruik van dat device. Bovenaan staan de devices waarover IT geen controle heeft vanuit het bedrijf. Het is van cruciaal belang dat bedrijven bedrijfsgegevens kunnen beschermen en de toegang hiertoe kunnen beheren, terwijl deze toegankelijk blijven voor de medewerkers die de gegevens nodig hebben om productief te blijven. Dit diagram biedt inzicht in de verschillende overwegingen en benaderingen die nodig zijn om problemen op te lossen in de context van eigendom en beheer van een device.

1. Het kwadrant
linksonder is de meest gebruikelijke omgeving en vertegenwoordigt de traditionele benadering tot IT. Een bedrijf voorziet zijn werknemers van standaarddevices op basis van een beperkt aantal configuraties, en installeert agents voor volledige controle over configuratie, beheer en beveiliging. Voor mobiele devices is dit niet anders dan voor traditionele pc's en laptops: als het device eigendom is van het bedrijf, is beheer noodzakelijk.
2. In het kwadrant rechtsonder moet bedrijfscontrole identiek zijn aan die in het eerste kwadrant, omdat de vereiste bescherming van gegevens en netwerken niet verandert door persoonlijk eigendom van een device. Er is echter een groot verschil in verantwoordelijkheid en verwachtingen ten aanzien van privacy. Zolang de regels die voor een device gelden niet te streng zijn, kan dit een goed model zijn voor zowel het bedrijf als de gebruiker. Voor zwaarder gereguleerde bedrijfstakken, zoals de zorg, financiële dienstverlening en overheden, leggen controles en regels meer beperkingen op en daarom is dit model niet zo geschikt voor gebruikers die hun eigen devices hebben gekocht.
3. In het kwadrant rechtsboven wordt niet geprobeerd om beleidsregels of controles op het hele device toe te passen, zoals in de onderste helft het geval is. In plaats hiervan wordt rekening gehouden met het feit dat de informatie die moet worden beschermd, over het algemeen in specifieke applicaties wordt opgeslagen en benaderd. Als er een manier is om beveiliging op de desbetreffende applicaties toe te passen, is controle over het volledige device niet nodig. Deze benadering werkt goed voor organisaties die willen overstappen naar een BYOD-model, maar voor wie de benadering van volledige controle door voorschriften en benodigde beleidsregels onpraktisch is.
4. Het kwadrant
linksboven is ongewenst, aangezien het bedrijf de devices in bezit heeft, maar hier geen controle over heeft. Vaak zijn de devices niet eens zichtbaar voor het bedrijf. Dit gebeurt vaak wanneer een leidinggevende met geld van het bedrijf een mobiele device koopt voor zakelijk gebruikt zonder IT hierover te informeren. Devices die zich in dit kwadrant bevinden, moeten zo snel mogelijk naar een ander kwadrant worden verplaatst. Dit wordt vaak gedaan door een beheeragent toe te voegen en het device naar het kwadrant linksonder te verplaatsen.